Vorige week werd ik geïnterviewd door Volkskrant Banen, dat begin september een bijlage uitbrengt bij de krant over Het Nieuwe Werken. De journalist was met name geïnteresseerd in de rol van de manager daarin, en kwam zo bij mij terecht. In De laatste manager beschrijf ik Het Nieuwe Werken als een ontwikkeling naar meer vrijheid voor de medewerker om zijn eigen werk te organiseren. Het past dus in de grote ontwikkeling die ik in mijn boek schets. Wat betekent dat voor die manager? Is die ook in HNW niet meer nodig?
Vanmiddag zit ik in de radiostudio van BNR om te praten over zelfsturende organisaties (mocht je het gemist hebben, het gesprek is vanaf morgen hier te beluisteren). Ik neem aan dat het zal gaan over organisaties als Buurtzorg Nederland of Finext, twee voorbeelden van organisaties die werken in kleine, zelfstandige teams zonder managers. Ze regelen alles zelf, van roostering, taakverdeling tot, in het geval van Finext, beloning. Dat gaat perfect. De medewerkers zijn veel gemotiveerder en betrokkener bij hun werk; ze voelen zich echt verantwoordelijk voor hun werk en voor het team waar ze onderdeel van zijn. Ook de resultaten (klanttevredenheid, financieel) zijn jaloersmakend.
Er breken mooie tijden aan voor Nederlandse werknemers en organisaties. De massale invoering van de principes van HNW, zoals tijd- en plaatsonafhankelijk werken en sturen op resultaat, laten zien dat er momenteel een kentering gaande is in de manier waarop wij onze organisaties inrichten. De kern: weg met de regels, weg met de prikklok, en eindelijk weer gewoon lekker aan de slag.
De meeste organisaties staan nog maar aan het begin van deze ontwikkeling. Er wordt voorzichtig geëxperimenteerd met een thuiswerkdag of een uurtje later beginnen om de files te vermijden, maar de echte verandering vindt plaats op het moment dat managers hun medewerkers op een andere manier (moeten) gaan aansturen. En dat is onvermijdelijk.